Ew!

Eén van de thema’s waarbij het verschil tussen biologisch ouderschap en stiefouderschap voor mij ineens heel duidelijk werd, is het thema hygiëne. In het dagelijks leven met kinderen komen ontelbaar veel momenten voorbij waarbij hygiëne een rol speelt. Ik vermoed dat dit voor veel biologische ouders niet eens opvalt, maar voor stiefouders zijn bepaalde hygiënische fenomenen juist extra opvallend.

Daardoor merk je dat een stiefkind je nog niet ‘eigen’ is. De eerste keer dat ik met mijn lief en de kinderen op vakantie ging bijvoorbeeld, had ik toch echt liever dat ze uit hun eigen flesjes dronken en niet uit de mijne. Hetzelfde gold voor hapjes van ijsjes en slokjes van drankjes: liever niet. En elke keer dat ik bij hem thuis naar de wc ga en druppels op de wc-bril of remsporen in de wc vind, gruwel ik een beetje.

Misschien ligt het aan mij, en ben ik gewoon redelijk gesteld op mijn hygiëne in dat soort situaties. Misschien komt het doordat ik zelf geen kinderen heb en dus nog geen filter heb ontwikkeld voor allerhande spuug-, plas- en poepissues. Of misschien hebben Mini en Maxi gewoon niet de beste wc-manieren – ik weet het niet. Maar ik weet wel dat dit zo’n typisch onderwerp is dat niet groot genoeg is om moeilijk over te doen, maar wel te groot om heel makkelijk overheen te stappen. Voor mij althans!

Daar staat tegenover dat dit ook een goede graadmeter is voor het nader tot de kinderen komen. Zo liet ik ze tijdens de meest recente vakantie allebei een hapje van mijn ijsje proeven – zomaar! Dat was voor mij echt een ‘aha’-momentje: wacht eens even, ik wil ze graag laten proeven van mijn ijsje! En het maakt me niets uit dat ze dan aan mijn ijsje likken! Dat betekent dus dat ze weer een stukje eigener zijn geworden!

Dat zijn de kleine triomfmomentjes waardoor ik me er bewust van wordt dat er ontwikkeling zit in de band tussen mij en de kinderen. En dat vind ik dan weer een geruststellende gedachte.

Advertenties

Het zich-er-tussen-wurmende-kind

Veel van de obstakels waar ik als stiefmoeder tegenaan loop vallen in de categorie “Is dit belangrijk genoeg om me echt druk over te maken?” Van die kleine dingetjes, die je eigenlijk gewoon links wil laten liggen, maar die soms wel aan je vreten. En die een eigen leven kunnen gaan leiden als je er toch niet genoeg aandacht aan besteedt.

Het zich-er-tussen-wurmende-kind is er zo één. Komt regelmatig voor, roept dan toch wel wat kriegel/frustratie/gevoelens van onmacht en afwijzing op, maar doet ook een sterk beroep op je volwassen ach-het-is-maar-een-kind-houding. Dus wat te doen? Bij ons komt het tussenwurmen het meest voor als we hand in hand lopen. Ineens moet Mini dan ook de hand van haar vader vasthouden, maar dan wel precies de hand die ik op dat moment vast heb. En vorig jaar op vakantie kwam het ook in het zwembad regelmatig voor: du moment dat wij ook maar íets deden dat op knuffelen of omhelzen leek, sprongen er één of twee kinderen op onze nek die ook mee wilden doen, of liever nog, alleen met papa wilden knuffelen. Ik wilde die strijd niet aangaan en trok me dan dus meteen terug. Maar het deed wel pijn. En het riep veel vragen op: vinden ze mij niet leuk? Voelen ze zich bedreigd? Vinden ze ons te klef? Of brengen we ze simpelweg zelf op een idee om ook te willen knuffelen?

Zoals in het voorbeeld hierboven koos ik er meestal voor om mezelf terug te trekken. Omdat ik de kinderen niet het gevoel wilde geven dat ik een bedreiging voor ze vormde, en omdat ik mijn lief niet het gevoel wilde geven dat hij moest kiezen. Maar natuurlijk ging dit – naarmate het vaker en vaker voorkwam – op een gegeven moment wel wringen bij mij. En ging ik het Mini en Maxi zelfs een beetje kwalijk nemen, dat ze nu zelfs letterlijk tussen mij en mijn lief inkwamen (waar ze dat al vaak genoeg figuurlijk deden, niet expres, maar gewoon door hoe de situatie nu eenmaal was, wat ongetwijfeld een rol speelde in mijn frustratie). Daar voelde ik me vervolgens weer heel schuldig over (wie neemt nou een 5- en 6-jarige zoiets kwalijk?! Wat slecht van mij!) en voilà: in de knoop.

De oplossing werd ons aangereikt door de Stiefcoach (zie mijn blogpost De Stiefcoach voor meer informatie over haar en het geweldige werk dat ze doet). Tijdens één van de Stiefouder-in-gesprek-avonden kwam dit onderwerp ter sprake, en niet alleen stelde het ons gerust dat iedereen met dit fenomeen bekend was (een ander stel had er vooral op de bank last van), ook gaf Suzan ons goede tips hoe hier mee om te gaan:

  1. Houd de regie: bepaal zelf wanneer zij de ruimte krijgen en wanneer niet. Natuurlijk moet je regelmatig gehoor geven aan hun behoefte, maar je mag ook best een keer “Nu even niet” zeggen: “Nu lopen wij even hand in hand, straks mag jij weer”.
  2. Hou het luchtig: door bijvoorbeeld te zeggen: “Hee, kom jij ook gezellig meeknuffelen?!” En dat is dan meteen optie 3, naast ruimte maken en nu-even-nieten: kom er gezellig bij!

Deze drie varianten wisselen we nu regelmatig af, en het werkt: de kinderen vinden het leuk om er bij te komen, zijn blij als ze papa voor zichzelf alleen krijgen, en accepteren het als ze even niet aan de beurt zijn. En ze kiezen soms zelfs spontaan voor optie vier: mijn andere, vrije, hand pakken! En dat zijn dan de kleine triomfen waarbij mijn lief en ik elkaar glimlachend aankijken: weer een obstakel overwonnen.

Bekommeren versus Houden van

Nog een thema dat zich aandiende tijdens de vakantie (jaja, nog één, hoeveel nieuwe vragen kan een vakantie van twee weken oproepen??) was het krijgen van een emotionele band met de kinderen. Zoals gezegd was de vakantie – naast natuurlijk ook zonnig en gezellig – voor mij behoorlijk heftig en intensief, en vooral een grote sprong in het diepe van het leven met twee kleine kinderen. Daardoor zag ik toch vooral de vermoeiende, vervelende, aandachtvragende en niet-luisterende kanten van de kinderen. En vond ik het dus best moeilijk om ook hun leuke en gezellige kanten te zien. Het gewone, dagelijkse vakantieleven slokte al zoveel van mijn energie op dat ik daar gewoonweg nauwelijks nog ruimte voor had.

En daar ging ik me vervolgens weer druk om maken: wat nou als ik de kinderen nooit écht leuk zou gaan vinden? Wat nou als ik nooit van ze zou gaan houden? Dat zou de komende pak hem beet 14 jaar toch een stuk lastiger gaan maken. En wat zei het over mij? Ik heb mezelf toch altijd beschouwd als een kindervriend, en vind kinderen al snel schattig en lief. Dat ik deze twee nog niet direct schattig en lief vond, betekende dat dat zij gewoon niet schattig en lief wáren, of was het een teken dat ik eigenlijk niet voor het stiefmoederschap in de wieg gelegd was? Kopzorgen, kopzorgen…

Toen ik eindelijk de moed had verzameld om die vraag aan mijn lief te stellen (want wat nou als hij diep beledigd zou zijn dat ik zijn kinderen (nog) niet de leukste kinderen op aarde vond?) reageerde hij gelukkig niets dan begripvol en geruststellend. Zijn antwoord was simpel: “Je hoeft nog helemaal niet van de kinderen te houden, je kent ze pas net! Op dit moment hoef je je alleen nog maar om ze te bekommeren, en dat doe je. De rest komt wel, op zijn tijd.” Een pak van mijn hart, en weer zo’n moment waarop ik besefte hoezeer ik het met hem getroffen had.

Sinds dit gesprek is de druk van het-moeten-houden-van er af, en dat komt de zaak alleen maar ten goede. Ik ga regelmatig bij mezelf te rade hoe de emotionele band nu voelt, en ik merk absoluut een verschuiving van ‘bekommeren om’ naar ‘houden van’. Daar ben ik nog niet, maar gelukkig heb ik er ook nog even de tijd voor. En die tijd gun ik mezelf nu ook!

To Opvoed or not to Opvoed?

Na de vakantie met de kinderen kwam ik tot de conclusie dat ik er al met al redelijk zonder kleerscheuren vanaf was gekomen, maar dat ik het wel een behoorlijk heftige vuurdoop vond. Een vuurdoop die enorm veel nieuwe vragen en vraagstukken met zich mee bracht bovendien. Vragen die met name betrekking hadden op mijn rol  in het geheel. Ik merkte namelijk dat ik tijdens de vakantie erg mijn best deed om mijn lief te ondersteunen bij de opvoeding. Er waren nog best veel zaken die aandacht behoefden (moeilijk doen over het eten en meteen beginnen met huilen zodra er iets niet naar de zin was, om maar even twee voorbeelden te noemen), en hij gaf aan dat hij het best lastig vond om de juiste tussenvorm te vinden tussen streng en meegaand.

Nu ben ik in mijn privé-leven omringd door orthopedagogen, ontwikkelingspsychologen en andere figuren die zich voor hun werk dagelijks met kinder- en opvoedkwesties bezighouden, dus zo links en rechts had ik daar al één en ander van meegekregen. Het lukte me daarom (én omdat ik het natuurlijk ‘van een afstandje kon bekijken’) redelijk makkelijk om te zien wat er zich zoal afspeelde tussen vader en kinderen. ’s Avonds als de koters in bed lagen hadden mijn lief en ik het er dan over, en hij stond gelukkig – en dat is één van de dingen die ik het meest in hem bewonder als het gaat om het omgaan met mijn stiefmoederschap – heel erg open voor mijn feedback en ideeën.

De enige valkuil daarbij is dat ik hem zo graag wilde helpen en steunen, dat ik me dus voor ik het wist opwierp als een soort Supernanny. Die het liefst alles in één vakantie wilde ‘fixen’. En dat ging natuurlijk niet. Het moet gezegd, de bovengenoemde voorbeelden van het omgaan met eten en omgaan met huilen-om-niets zijn allebei in de korte duur van de vakantie radicaal verbeterd, alleen maar omdat wij duidelijke afspraken hadden gemaakt, duidelijke grenzen stelden en daar samen één lijn in trokken. Maar dat betekende ook dat ik me toch ook al flink ‘manifesteerde’ naar de kinderen toe, door streng te zijn of te corrigeren waar hun vader dat moeilijk vond of iets over het hoofd zag. En dat riep achteraf weer allemaal vraagtekens en twijfels bij mezelf op: liep ik niet te hard van stapel? Zouden ze me nou niet alleen maar streng vinden? Gingen ze me nu niet juist zien als de boze stiefmoeder?  (Dat laatste werd nog eens extra versterkt toen ik Mini een keer jammerend tegen Maxi hoorde zeggen: “Dat durf ik niet! Straks wordt ze weer boos!” – die kwam wel even aan…)

Een lastig dilemma dat later vaker de kop op zou steken begon zich in die vakantie langzaam te vormen: to Opvoed or not to Opvoed? Wanneer help je je partner met corrigeren en opvoeden en wanneer laat je het aan hem over? Tot waar en niet verder?

Op de camping – Deel 2

De houding van mijn lief was cruciaal in het relatieve welslagen van de vakantie. Vanaf dag één gaf hij duidelijk aan dat als het mij even te veel werd om wat voor reden dan ook, ik de ruimte moest nemen waar ik behoefte aan had. Of dat nou het lezen van een boek was aan de andere kant van het zwembad, een wandeling in mijn eentje, of een rustige middag bij het huisje terwijl hij de hort op ging met de kinderen: ik hoefde maar een gil te geven of hij zou me alle ruimte geven die ik nodig had.

Maar ja, die gil daadwerkelijk geven, dáár bleek de uitdaging in te zitten! Omdat dit onze eerste vakantie met z’n allen was wilde ik me bewijzen als een soort superstiefmoeder, en dat ging niet samen met ruimte pakken. En ja, dan gebeurt dus het onvermijdelijke: een vreselijke huilbui als het me allemaal te veel wordt. Dit tot grote verbazing van mijn lief, die niets had gemerkt van dreigende onrust. Dat kon ik hem niet kwalijk nemen, want zelf had ik eigenlijk ook niet door hoezeer de vakantie me toch overrompelde, en dus was ik zelf minstens zo verbaasd over mijn plotselinge verdriet als hij.

Gelukkig pakte hij het fantastisch op en gaf hij me een zetje waar ik het zelf lastig vond om tijd voor mezelf te nemen. En voilà: één middag met de auto naar een stadje in de buurt om een beetje te winkelen en op een terrasje te zitten met een boek, en ik kon er de rest van de vakantie weer tegenaan!

Toch bleef het erg wennen. Niet alleen het omgaan met de kinderen en mijn rol in het geheel, maar ook wennen aan het type vakantie. Nou heb ik mijn hele jeugd met veel plezier gekampeerd, dus het campingleven op zich is niets nieuws voor me. Het is meer dat de afgelopen jaren een ander soort vakantie – verre reizen met mijn ex, en later alleen – de  boventoon voerde. Ik heb altijd al geweten dat ik met veel plezier weer over zou schakelen op kampeervakanties als ik eenmaal een gezin zou hebben, maar die omschakeling kwam nu dus ineens heel plotseling. En dat overviel me deze vakantie best wel eens. Bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse Franse avond op de camping: een jaar geleden zat ik alleen op een strand in Thailand, en kijk mij hier nu eens zitten, op een Franse familiecamping tussen de karaoke-zingende bejaarden. What happened??

Zo zie je maar weer: life is what happens when you’re busy making other plans! En dus probeer ik me elke keer opnieuw weer voor te nemen om het gewoon maar over me heen te laten komen, en niet té veel te vergelijken met Mijn Leven Voor Het Stiefmoederschap. En langzaam maar zeker lukt dat steeds beter!

 

 

Op de camping – Deel 1

Een paar maanden na de eerste kennismaking met de kinderen brak de zomervakantie aan. Mijn lief had al een vakantie met de kinderen gepland, en nu was het de vraag of ik mee zou gaan. Eerst heb ik nog overwogen om één week ‘in te vliegen’, maar naarmate de vakantie dichterbij kwam en ik toch nog geen andere plannen achter de hand had, besloten we dat we de gok maar gewoon zouden wagen en dat ik ‘helemaal’ mee zou gaan; samen uit, samen thuis.

Nou, dat heb ik geweten! Voor iemand die tot een half jaar daarvoor  eigenlijk nooit meer dan twee dagen kinderen om zich heen heeft gehad is twee dagen in de auto en twee weken op de camping met twee koters van 5 en 6 wel even different koek. Al op de heenweg sloeg de wanhoop regelmatig toe: duwen, trekken, plukken, schreeuwen en huilen achterin, elke 5 minuten vragen of we er al bijna waren, en slapen – ho maar! Op zich natuurlijk geen schokkende fenomenen voor andere ouders; ik heb na de vakantie ook regelmatig de geruststellende woorden gehoord dat reizen met kleine kinderen achterin voor níemand een pretje is. Maar voor mij als kersverse stiefmoeder was het af en toe een ware beproeving: hoe dóen mensen dit?! Na de eerste reisdag – waarin we ook nog eens veel pech hadden qua files en andere ongemakken – plofte ik dan ook uitgeput op mijn hotelbed. En vroeg me serieus af waar ik aan begonnen was, en of ik nog terug kon…

Dag twee van de heenreis verliep gelukkig een stuk soepeler. Het was nog steeds een lange reisdag met ook nog steeds het nodige ge-emmer achterin, maar mede dankzij een goede krijgsraad tussen mij en m’n lief de avond ervoor kon ik het een stuk beter hebben. Iets vaker pauzeren, iets minder aandacht besteden aan het geklier op de achterbank, iets meer muziek die wíj leuk vonden om het draaglijk te houden en de tweede 700 kilometer gingen me een stuk beter af.

Op de camping aangekomen volgden alleen weer een heleboel nieuwe uitdagingen. Dit was de eerste keer dat ik meer dan twee nachten achter elkaar doorbracht met mijn lief en zijn koters, en dat bracht een hoop vragen met zich mee: wat was mijn rol? Hoe moest ik me opstellen tegenover de kinderen? Ging ik ze ook corrigeren en bijsturen, of keek ik van de zijlijn mee? Zou ik ook wat kunnen toevoegen voor hen, of hadden ze alleen behoefte aan hun vader om zich heen? Wat waren onze regels t.a.v. slaapkamer- en badkamerprivacy?

Daar stond tegenover dat ik ook even op kleine schaal kon proeven aan mijn toekomstige leven. In ons vakantiehuisje creëerden we al snel een minihuishoudentje, met onze eigen regels en routine, en dat ging eigenlijk heel goed. Zo zou het dus kunnen gaan, als we ooit zouden gaan samenwonen!