Het zich-er-tussen-wurmende-kind

Veel van de obstakels waar ik als stiefmoeder tegenaan loop vallen in de categorie “Is dit belangrijk genoeg om me echt druk over te maken?” Van die kleine dingetjes, die je eigenlijk gewoon links wil laten liggen, maar die soms wel aan je vreten. En die een eigen leven kunnen gaan leiden als je er toch niet genoeg aandacht aan besteedt.

Het zich-er-tussen-wurmende-kind is er zo één. Komt regelmatig voor, roept dan toch wel wat kriegel/frustratie/gevoelens van onmacht en afwijzing op, maar doet ook een sterk beroep op je volwassen ach-het-is-maar-een-kind-houding. Dus wat te doen? Bij ons komt het tussenwurmen het meest voor als we hand in hand lopen. Ineens moet Mini dan ook de hand van haar vader vasthouden, maar dan wel precies de hand die ik op dat moment vast heb. En vorig jaar op vakantie kwam het ook in het zwembad regelmatig voor: du moment dat wij ook maar íets deden dat op knuffelen of omhelzen leek, sprongen er één of twee kinderen op onze nek die ook mee wilden doen, of liever nog, alleen met papa wilden knuffelen. Ik wilde die strijd niet aangaan en trok me dan dus meteen terug. Maar het deed wel pijn. En het riep veel vragen op: vinden ze mij niet leuk? Voelen ze zich bedreigd? Vinden ze ons te klef? Of brengen we ze simpelweg zelf op een idee om ook te willen knuffelen?

Zoals in het voorbeeld hierboven koos ik er meestal voor om mezelf terug te trekken. Omdat ik de kinderen niet het gevoel wilde geven dat ik een bedreiging voor ze vormde, en omdat ik mijn lief niet het gevoel wilde geven dat hij moest kiezen. Maar natuurlijk ging dit – naarmate het vaker en vaker voorkwam – op een gegeven moment wel wringen bij mij. En ging ik het Mini en Maxi zelfs een beetje kwalijk nemen, dat ze nu zelfs letterlijk tussen mij en mijn lief inkwamen (waar ze dat al vaak genoeg figuurlijk deden, niet expres, maar gewoon door hoe de situatie nu eenmaal was, wat ongetwijfeld een rol speelde in mijn frustratie). Daar voelde ik me vervolgens weer heel schuldig over (wie neemt nou een 5- en 6-jarige zoiets kwalijk?! Wat slecht van mij!) en voilà: in de knoop.

De oplossing werd ons aangereikt door de Stiefcoach (zie mijn blogpost De Stiefcoach voor meer informatie over haar en het geweldige werk dat ze doet). Tijdens één van de Stiefouder-in-gesprek-avonden kwam dit onderwerp ter sprake, en niet alleen stelde het ons gerust dat iedereen met dit fenomeen bekend was (een ander stel had er vooral op de bank last van), ook gaf Suzan ons goede tips hoe hier mee om te gaan:

  1. Houd de regie: bepaal zelf wanneer zij de ruimte krijgen en wanneer niet. Natuurlijk moet je regelmatig gehoor geven aan hun behoefte, maar je mag ook best een keer “Nu even niet” zeggen: “Nu lopen wij even hand in hand, straks mag jij weer”.
  2. Hou het luchtig: door bijvoorbeeld te zeggen: “Hee, kom jij ook gezellig meeknuffelen?!” En dat is dan meteen optie 3, naast ruimte maken en nu-even-nieten: kom er gezellig bij!

Deze drie varianten wisselen we nu regelmatig af, en het werkt: de kinderen vinden het leuk om er bij te komen, zijn blij als ze papa voor zichzelf alleen krijgen, en accepteren het als ze even niet aan de beurt zijn. En ze kiezen soms zelfs spontaan voor optie vier: mijn andere, vrije, hand pakken! En dat zijn dan de kleine triomfen waarbij mijn lief en ik elkaar glimlachend aankijken: weer een obstakel overwonnen.

Advertenties

To Opvoed or not to Opvoed? – Deel 2

Eén van de voornaamste lessen die ik heb geleerd op de Stiefouder in gesprek-avond was vrij simpel: spring er niet te veel bovenop als stiefmoeder. Houd, met name in het begin, voldoende afstand, en laat het echte opvoeden aan de echte ouder over. Hmmm, precies wat ik dus níet had gedaan tijdens de vakantie… Maar ik moet zeggen, dit advies voelde wel als een opluchting: “Oh gelukkig, ik hoef dus nog niet over alles een mening en idee te hebben! Ik mag me nog even op de achtergrond houden.” Best prettig, want ongemerkt was het al als een hele verantwoordelijkheid gaan voelen, het mee-opvoeden van kinderen die ik eigenlijk pas een paar maanden kende.

In de praktijk was het wel weer even terugschakelen, want blijkbaar had ik me die rol van mede-opvoeder toch al heel snel eigen gemaakt. Nu deed ik bewust weer een stapje terug, en liet het opvoeden weer (vrijwel) helemaal aan mijn lief over. Dat leverde soms wel weer grappige situaties op, waarbij ik hem non-verbaal of mompelend uit mijn mondhoek duidelijk probeerde te maken wat ik zag gebeuren, en of hij even kon ingrijpen… Maar het was wel zo duidelijk voor ons allemaal, en met name voor de kinderen: papa geeft opdrachten, en papa corrigeert waar nodig. Dus hoefde ik alleen maar gezellig mee te doen in het gesprek, eigenlijk ook wel een fijne rol om te hebben. Zeker als beginnende stiefmoeder!

Soms had ik de indruk dat het de kinderen ook al opviel dat ik ineens weer minder ‘aanwezig’ was. Dan keken ze me vanaf de overkant van de tafel aan met zo’n vorsende blik: wat vind jij er eigenlijk van? Of een aftastende blik: zou ze dit wel goed vinden? Nu heb ik de pech dat ik van mezelf een tamelijk streng gezicht heb. (Als in: wanneer ik mijn gezicht ontspan is het net of ik boos kijk – oh, hoe vaak heb ik niet gewenst dat dat anders was, als een grapjas in de kroeg weer eens naar me riep “dat ik niet zo boos moest kijken”! Maar dat terzijde.) Dus als ik gewoon aan tafel zat, minding my own business, en ik kreeg zo’n aftastende blik van de overkant, dan was ik me er ineens erg van bewust dat ik wel even vriendelijk moest kijken. Want ik wilde natuurlijk wel overkomen als lief, aardig en gezellig en de kinderen niet de indruk geven dat ik streng aan het kijken was terwijl dit helemaal niet de bedoeling was…

Die blikken deden mij dan ook afvragen of ik niet te hard van stapel was gelopen tijdens de vakantie, en of ik daarmee niet onherstelbare imagoschade had aangericht voor mezelf. Je weet niet wat kinderen bijblijft, en wie weet kan één incident waarin je ze net te streng aanpakt hen wel in het geheugen gegrift staan en de toon zetten van hoe ze eígenlijk tegen je aankijken, ook al gaat het ogenschijnlijk prima. (Tsja, en probeer dan nog maar eens ontspannen-en-in-het-moment te blijven, als je dat soort gedachten hebt.) Des te opgeluchter ben ik dat ik op tijd het advies heb gekregen om een stapje terug te doen. Zo konden Mini en Maxi langzaam aan mijn aanwezigheid gaan wennen, zonder dat we ons allemaal druk hoefden te maken over hoe om te gaan met mij in een opvoedende rol!

De Stiefcoach

Nadat ik de eerste vakantie met de kinderen zonder kleerscheuren had overleefd werd alles voor mij een stuk serieuzer. Niet alleen de relatie – we waren nu ruim een jaar samen en nog steeds helemaal happy – maar ook mijn rol als beginnende stiefmoeder. En mijn vragen en twijfels daaromtrent. Zoals ik in de vorige blogpost al schreef had de vakantie flink wat vragen opgeroepen, en ik merkte dat ik daar in mijn eentje niet goed uitkwam.

Nu heb ik in mijn omgeving vrijwel geen andere stiefouders, en dus weinig mensen die ik om raad kon vragen. Daarom wendde ik mij als snel tot het internet. Even googelen op stiefmoeder leverde een wereld aan informatie op: deels nuttig, en deels in de categorie daar-zit-ik-nu-helemaal-niet-op-te-wachten. Zoals het vrolijke feitje dat van de relaties waarin stiefkinderen aanwezig zijn, maar liefst 60% strandt. Just great. Dit overtuigde me er alleen maar meer van dat ik dit echt serieus wilde aanpakken. En mijn lief keek daar gelukkig hetzelfde tegenaan. Toen ik dus de website en het werk van Suzan Vloet tegenkwam en aan mijn vriend opperde om daar iets mee te doen, was hij direct aan boord.

Suzan is een relatietherapeut en ervaringsdeskundige die zich heeft gespecialiseerd in stiefsituaties. Zij biedt verschillende vormen van begeleiding aan, van vrij losse gespreksvormen tot een compleet traject van relatietherapie. Wat mij direct aansprak waren de ‘Stiefouders in gesprek’-avonden: eenmalige bijeenkomsten waar je andere stellen kunt ontmoeten die ook in een stiefsituatie zitten. Aangezien wij (nog?) geen behoefte hadden aan een uitgebreid traject maar wel wat handvatten konden gebruiken, leek dit ons een mooi platform. En dat was het ook!

Op de gespreksavond waar wij aan meededen waren vier stellen aanwezig, met alle vier compleet uiteenlopende situaties: één van beide partners kinderen, allebei de partners kinderen, van één kind tot maar liefst acht (!): alles kwam voorbij. Er was ruimte om ervaringen uit te wisselen, om advies te vragen (zowel aan de andere stellen als aan Suzan), om te lachen over herkenbare situaties en om onze eigen struikelblokken en vraagstukken te delen. Ontzettend verhelderend, en vooral behoorlijk bevrijdend! Zeker voor mij was het echt een eyeopener dat andere stiefouders tegen vrijwel exact dezelfde dilemma’s en emoties aanliepen, zelfs al waren hun situaties totaal anders dan de mijne.

Na een paar intensieve, maar fijne uren liepen mijn lief en ik moe maar voldaan de deur uit. Toen we de avond in de auto nog eens evalueerden bleek dat we onafhankelijk van elkaar tot twee exact dezelfde conclusies waren gekomen: 1) “Oooooww, eigenlijk gaat het bij ons best soepel! Het kan blijkbaar veel erger!” en 2) “Het feit dat het nu goed gaat, wil nog niet zeggen dat we er al zijn. Zo te horen hebben we nog veel lastige situaties in het verschiet…” Geen prettig vooruitzicht, maar we gaan het wel aan met z’n tweeën. En nu weten we bovendien waar we voor hulp en begeleiding bij die mogelijke lastige situaties terecht kunnen!