Met de hele bups naar de Ardennen

We gingen met mijn schoonfamilie een weekendje weg naar de Ardennen. Mijn lief, zijn ouders, zijn zus en zwager, ik en de kinderen, met z’n allen in één huisje. En dat vond ik best een beetje spannend. Niet alleen omdat het Mijn Eerste Weekend Weg Met De Schoonfamilie was (altijd een flinke vuurdoop), maar ook omdat dit de eerste keer was dat wij als nieuw systeem (van stiefcoach Suzan leerden wij dat wij met z’n vieren niet een gezin zijn, maar een systeem) in een grotere samenstelling zouden fungeren. En ik was heel benieuwd hoe dit zou uitpakken!

Lang verhaal kort: dat pakte prima uit.  Gelukkig is mijn schoonfamilie heel lief, hartelijk én gemakkelijk, dus het is sowieso geen straf om een weekendje met ze op pad te gaan. Lekker druk, dat wel. En ook een beetje gek af en toe. Dat begon al direct bij aankomst. Na een lange maar redelijk vlekkeloze reis (zeker vergeleken met hetzelfde stuk dat we een jaar eerder ook reden op weg naar Frankrijk was dit een ware verademing, dankzij de ontdekking van Nick & Simon, hoera!) kwamen we aan in het huisje, en moesten de kamers verdeeld worden. Automatisch ging ik me ook bemoeien met de kamer van Mini en Maxi, toen ik ineens dacht: is dat wel aan mij? Hebben de ouders van mijn lief daar eigenlijk niet de regie over, aangezien zij dit huisje gereserveerd hebben? (Ik ben er redelijk van overtuigd dat ik die afweging niet zou maken als het mijn eigen kinderen waren, omdat ik me dan zou beroepen op een zekere moederauthoriteit).

De rest van het weekend ervoer ik meerdere varianten op ditzelfde thema. De kinderen gaan namelijk om de week een middag naar opa en oma, en dus hebben zij ook een ‘actieve band’ met ze. In deze setting werd ik me ineens heel bewust van mezelf op het moment dat ik met de kinderen bezig was, met name als dat opvoedend van aard was. Aan tafel bijvoorbeeld, of tijdens het spelletjes doen. Regelmatig betrapte ik me dan op de gedachte wat mijn schoonmoeder/schoonvader/schoonzus/ zwager er van zou vinden dat ik dit of dat tegen de kinderen zei. Was dat eigenlijk wel aan mij, of was het logischer/vanzelfsprekender/beter als hun opa of oma als tweede opvoeder diende naast hun eigen vader? Wat daar denk ik ook bij meespeelde is dat mijn schoonfamilie natuurlijk jarenlang getuige is geweest van De Ex in haar moederrol. Sterker nog, mijn schoonzus is nog steeds goed bevriend met haar, en ziet haar dus nog steeds regelmatig, al dan niet met de kinderen erbij. Zou het voor hen niet heel gek zijn om mij dan ineens te zien ‘moederen’ over Mini en Maxi (zelfs als ik dat tot een minimum beperkte), waar zij jarenlang de echte moeder dat hebben zien (en nog steeds zien) doen?

Dit soort overpeinzingen maakten dat ik mijn acties en uitspraken allemaal zeer zorgvuldig afwoog, en me dus heel bewust was van alles wat ik deed. Niet dat ik daar veel last van had hoor – ik heb verder een heel gezellig en relaxed weekend gehad – maar een beetje gek voelde het wel. Ik weet dat dit voornamelijk in mijzelf zit, want het hele weekend heb ik niet één afkeurende blik of opmerking gekregen van mijn schoonfamilie. Het zou dus zomaar kunnen dat ik weer eens te veel over de dingen nadenk. 🙂 (Maar hee, als ik dat niet deed had ik geen stof voor dit blog, nietwaar?)

Er was nog één dingetje dat me opviel dit weekend. En dat was dat de kinderen (en dan met name Mini) veel meer naar hun oom en tante toetrokken dan naar ons. Op zich niet gek (en juist leuk aan zo’n weekend, dat ze ook even bij andere volwassenen terecht kunnen, en die zijn dan natuurlijk ook een stuk interessanter), maar ik merkte wel dat Mini voor bepaalde dingen naar haar familie toetrok die ze met mij nog niet doet. Even lekker tegen haar tante aanleunen op de bank bijvoorbeeld. Of bij haar oom op schoot. Of bij opa of oma. Eigenlijk bij iedereen dus, behalve bij mij. Rationeel gezien snap ik dat best, maar gevoelsmatig steekt dat toch een beetje: blijkbaar voelt ze dus nog niet zo’n band met mij dat ze daarmee op haar gemak is. En juist in zo’n wat groter gezelschap is dat best confronterend.

Advertenties

Het zich-er-tussen-wurmende-kind

Veel van de obstakels waar ik als stiefmoeder tegenaan loop vallen in de categorie “Is dit belangrijk genoeg om me echt druk over te maken?” Van die kleine dingetjes, die je eigenlijk gewoon links wil laten liggen, maar die soms wel aan je vreten. En die een eigen leven kunnen gaan leiden als je er toch niet genoeg aandacht aan besteedt.

Het zich-er-tussen-wurmende-kind is er zo één. Komt regelmatig voor, roept dan toch wel wat kriegel/frustratie/gevoelens van onmacht en afwijzing op, maar doet ook een sterk beroep op je volwassen ach-het-is-maar-een-kind-houding. Dus wat te doen? Bij ons komt het tussenwurmen het meest voor als we hand in hand lopen. Ineens moet Mini dan ook de hand van haar vader vasthouden, maar dan wel precies de hand die ik op dat moment vast heb. En vorig jaar op vakantie kwam het ook in het zwembad regelmatig voor: du moment dat wij ook maar íets deden dat op knuffelen of omhelzen leek, sprongen er één of twee kinderen op onze nek die ook mee wilden doen, of liever nog, alleen met papa wilden knuffelen. Ik wilde die strijd niet aangaan en trok me dan dus meteen terug. Maar het deed wel pijn. En het riep veel vragen op: vinden ze mij niet leuk? Voelen ze zich bedreigd? Vinden ze ons te klef? Of brengen we ze simpelweg zelf op een idee om ook te willen knuffelen?

Zoals in het voorbeeld hierboven koos ik er meestal voor om mezelf terug te trekken. Omdat ik de kinderen niet het gevoel wilde geven dat ik een bedreiging voor ze vormde, en omdat ik mijn lief niet het gevoel wilde geven dat hij moest kiezen. Maar natuurlijk ging dit – naarmate het vaker en vaker voorkwam – op een gegeven moment wel wringen bij mij. En ging ik het Mini en Maxi zelfs een beetje kwalijk nemen, dat ze nu zelfs letterlijk tussen mij en mijn lief inkwamen (waar ze dat al vaak genoeg figuurlijk deden, niet expres, maar gewoon door hoe de situatie nu eenmaal was, wat ongetwijfeld een rol speelde in mijn frustratie). Daar voelde ik me vervolgens weer heel schuldig over (wie neemt nou een 5- en 6-jarige zoiets kwalijk?! Wat slecht van mij!) en voilà: in de knoop.

De oplossing werd ons aangereikt door de Stiefcoach (zie mijn blogpost De Stiefcoach voor meer informatie over haar en het geweldige werk dat ze doet). Tijdens één van de Stiefouder-in-gesprek-avonden kwam dit onderwerp ter sprake, en niet alleen stelde het ons gerust dat iedereen met dit fenomeen bekend was (een ander stel had er vooral op de bank last van), ook gaf Suzan ons goede tips hoe hier mee om te gaan:

  1. Houd de regie: bepaal zelf wanneer zij de ruimte krijgen en wanneer niet. Natuurlijk moet je regelmatig gehoor geven aan hun behoefte, maar je mag ook best een keer “Nu even niet” zeggen: “Nu lopen wij even hand in hand, straks mag jij weer”.
  2. Hou het luchtig: door bijvoorbeeld te zeggen: “Hee, kom jij ook gezellig meeknuffelen?!” En dat is dan meteen optie 3, naast ruimte maken en nu-even-nieten: kom er gezellig bij!

Deze drie varianten wisselen we nu regelmatig af, en het werkt: de kinderen vinden het leuk om er bij te komen, zijn blij als ze papa voor zichzelf alleen krijgen, en accepteren het als ze even niet aan de beurt zijn. En ze kiezen soms zelfs spontaan voor optie vier: mijn andere, vrije, hand pakken! En dat zijn dan de kleine triomfen waarbij mijn lief en ik elkaar glimlachend aankijken: weer een obstakel overwonnen.

De Stiefcoach

Nadat ik de eerste vakantie met de kinderen zonder kleerscheuren had overleefd werd alles voor mij een stuk serieuzer. Niet alleen de relatie – we waren nu ruim een jaar samen en nog steeds helemaal happy – maar ook mijn rol als beginnende stiefmoeder. En mijn vragen en twijfels daaromtrent. Zoals ik in de vorige blogpost al schreef had de vakantie flink wat vragen opgeroepen, en ik merkte dat ik daar in mijn eentje niet goed uitkwam.

Nu heb ik in mijn omgeving vrijwel geen andere stiefouders, en dus weinig mensen die ik om raad kon vragen. Daarom wendde ik mij als snel tot het internet. Even googelen op stiefmoeder leverde een wereld aan informatie op: deels nuttig, en deels in de categorie daar-zit-ik-nu-helemaal-niet-op-te-wachten. Zoals het vrolijke feitje dat van de relaties waarin stiefkinderen aanwezig zijn, maar liefst 60% strandt. Just great. Dit overtuigde me er alleen maar meer van dat ik dit echt serieus wilde aanpakken. En mijn lief keek daar gelukkig hetzelfde tegenaan. Toen ik dus de website en het werk van Suzan Vloet tegenkwam en aan mijn vriend opperde om daar iets mee te doen, was hij direct aan boord.

Suzan is een relatietherapeut en ervaringsdeskundige die zich heeft gespecialiseerd in stiefsituaties. Zij biedt verschillende vormen van begeleiding aan, van vrij losse gespreksvormen tot een compleet traject van relatietherapie. Wat mij direct aansprak waren de ‘Stiefouders in gesprek’-avonden: eenmalige bijeenkomsten waar je andere stellen kunt ontmoeten die ook in een stiefsituatie zitten. Aangezien wij (nog?) geen behoefte hadden aan een uitgebreid traject maar wel wat handvatten konden gebruiken, leek dit ons een mooi platform. En dat was het ook!

Op de gespreksavond waar wij aan meededen waren vier stellen aanwezig, met alle vier compleet uiteenlopende situaties: één van beide partners kinderen, allebei de partners kinderen, van één kind tot maar liefst acht (!): alles kwam voorbij. Er was ruimte om ervaringen uit te wisselen, om advies te vragen (zowel aan de andere stellen als aan Suzan), om te lachen over herkenbare situaties en om onze eigen struikelblokken en vraagstukken te delen. Ontzettend verhelderend, en vooral behoorlijk bevrijdend! Zeker voor mij was het echt een eyeopener dat andere stiefouders tegen vrijwel exact dezelfde dilemma’s en emoties aanliepen, zelfs al waren hun situaties totaal anders dan de mijne.

Na een paar intensieve, maar fijne uren liepen mijn lief en ik moe maar voldaan de deur uit. Toen we de avond in de auto nog eens evalueerden bleek dat we onafhankelijk van elkaar tot twee exact dezelfde conclusies waren gekomen: 1) “Oooooww, eigenlijk gaat het bij ons best soepel! Het kan blijkbaar veel erger!” en 2) “Het feit dat het nu goed gaat, wil nog niet zeggen dat we er al zijn. Zo te horen hebben we nog veel lastige situaties in het verschiet…” Geen prettig vooruitzicht, maar we gaan het wel aan met z’n tweeën. En nu weten we bovendien waar we voor hulp en begeleiding bij die mogelijke lastige situaties terecht kunnen!