Samenwonen gezien door kinderogen – deel 2

Noot vooraf: door allerhande drukte loop ik inmiddels behoorlijk achter met dit blog. En achterlopen met een blog is net zoiets als achterlopen met de was: een achterstand is in no-time opgebouwd, maar het kost verrekte veel tijd om die achterstand weer in te lopen… Ik ben er mee bezig, maar voor jullie is het wel goed om te weten dat de tijd die op dit blog tussen de stukje zit (op dit moment) niet de tijd is die ‘in real life’ tussen de gebeurtenissen zit. In dit geval zat er tussen de gebeurtenissen in deel 1 en dat wat ik hieronder omschrijf ongeveer een maand.

Nu de plannen voor samenwonen steeds concreter worden, proberen we het onderwerp ook steeds een beetje meer in de dagelijkse conversaties te verweven. Mijn lief zegt regelmatig iets in de trant van “Straks, als Annemiek bij ons woont…” en dat geeft weinig tot geen reactie bij de kinderen. Of in elk geval zeker geen verbaasde of ongemakkelijke reactie. Ook beginnen de kinderen er nu zelf wel eens over. Dan zegt Mini ineens zomaar uit het niets: “Annemiek, ik vind het heel gezellig dat je straks bij ons komt wonen!” Ik weet me dan nooit zo goed een houding te geven, dus zeg meestal maar iets in de trant van “Wat fijn! Ik ook!”. Wat ik lastig vind aan dit soort gesprekjes is dat de kinderen (en dan met name Mini) erg goed zijn in het geven van sociaal wenselijke antwoorden. Zij voelen aan wat wij graag willen horen, en geven dat antwoord dus. Heel nobel, maar best lastig als je wilt weten wat ze écht vinden of voelen.

Daarom hecht ik meer waarde aan onbewust gedrag. Zoals de spontane reactie die ze wel eens geven als ze er achter komen dat ik al dan niet langskom/blijf slapen/thuis ben als ze uit school komen. Of een uitspraak die ze zomaar ontvalt, zonder dat ze het door hebben. Zo ging ik onlangs de kinderen weer een keer naar bed brengen. Zij hebben de traditie dat ze gezamenlijk een verhaaltje lezen, maar dan beurtelings op Mini’s en op Maxi’s kamer. Nu vroeg ik hen welke kamer aan de beurt was. Daarop antwoordde Maxi: “De afgelopen dagen hebben we op jullie bed verhaaltje gelezen!” Jullie bed. Jullie. Niet papa’s bed, jullie bed. Ha! Ik merk op zo’n moment dat Maxi zich er totaal niet bewust van is dat hij dat zegt, en dat vind ik juist zo fijn: blijkbaar voelt het voor hem gewoon echt al aan als ons bed. En dat stemt mij optimistisch over de overgang naar het samenwonen.

Toch zijn we wel gewaarschuwd door de Stiefcoach, dat we ook niet ál te rooskleurig moeten kijken naar dit aspect. Zij vertelde ons dat dit zeker goede voortekenen zijn, maar dat we niet moeten staan te kijken als de kinderen zich straks toch ineens gaan manifesteren. We blijven dus regelmatig het gesprek met ze aangaan, waarbij we ook duidelijk maken dat als ik eenmaal bij hen in huis woon, ik ook niet meer wegga. Maar dat ik niet alsnog de rol van hun moeder in ga nemen, en dat we ook op zullen letten dat ze regelmatig tijd alleen met hun vader kunnen blijven doorbrengen. Op deze manier hopen we iedereen zo goed mogelijk voorbereid te hebben op de aanstaande nieuwe situatie. En dan… wordt het uiteindelijk toch een kwestie van gewoon maar De Grote Sprong wagen en kijken wat er gebeurt!

Advertenties

Relatie? Nee hoor!

Bij ons heeft het even geduurd voordat we onze relatie een relatie noemden. In de Amerikaanse MTV-serie ‘Awkward’ noemen ze dat DTR-en: Defining The Relationship. Na een poosje daten stellen de karakters in die serie elkaar de vraag: “Have you DTR’d yet?” Oftewel: hebben jullie al officieel bepaald dat jullie een Relatie Hebben? Of zijn jullie alleen nog een beetje vrijblijvend aan het daten? Nou, die DTR-fase duurde bij ons behoorlijk lang: we leerden elkaar in juni kennen, en pas in december gaven we officieel aan de buitenwereld toe dat we een bonafide relatie hadden. (Waarop de standaardreactie overigens was: “Oh ja joh?? Duhhh!!”) Het feit dat mijn lief twee kinderen heeft én pas net gescheiden was speelde daarbij een grote rol; het was gewoon niet handig om al een nieuwe relatie aan te gaan, en dus waren we daar beiden behoorlijk huiverig voor. Ik misschien nog wel meer dan hij, want niet alleen wist ik niet of hij zijn scheiding al wel voldoende verwerkt had, maar als we echt een relatie hadden betekende dat ook dat ik ‘iets moest’ met het feit dat hij al kinderen had.

Tot een aantal jaar geleden was ik altijd erg bezig met ‘het ideale plaatje’: het beeld van hoe je leven er uit zou moeten zien, qua huisje-boompje-beestje, carrière, sociaal leven en persoonlijke zelfontwikkeling en natuurlijk de timing die dit allemaal moest hebben. Een onbewust masterplan van je leven, zogezegd. En zo trapte ik net als vele anderen van onze generatie in de bekende valkuil dat je denkt dat het leven volledig maakbaar is – waarbij je compleet in de war raakt als dat niet zo blijkt te zijn. Gelukkig ben ik daar beter en wijzer uitgekomen en sta ik nu veel carpe diem-esker in het leven. Goed, een verhaal apart waar je op zich al een volledig blog aan zou kunnen wijden, maar dat ga ik dus niet doen. Ik vertel dit vooral als achtergrondinfo, want zonder deze gebeurtenissen had ik deze relatie sowieso nooit een kans gegeven: een man met een scheiding achter de rug en twee kinderen? No way! 

Gelukkig durf ik inmiddels beter naar mijn gevoel te luisteren, en dus wist ik dat ik hier iets bijzonders te pakken had, toen ik eenmaal toe had gegeven aan mijn verliefdheid althans. En dat maakte het weer wat makkelijker om om te gaan met het feit dat hij al kinderen had. Nee, het was niet ideaal, en nee, ik had geen idee wat ik er mee aan moest, maar het gevoel tussen ons zat al meteen zó goed, dat ik wel gek zou zijn als ik dat zou laten schieten alleen maar omdat hij niet in het perfecte plaatje paste. Want als ik dat perfecte plaatje nou écht zo belangrijk vond, dan had ik gewoon lekker in mijn vorige relatie moeten blijven zitten: op papier perfect in orde, maar in de praktijk behoorlijk ongelukkig.

Toen ik dit besef eenmaal had, ging het ineens een stuk makkelijker met het DTR-en en durfde ik eindelijk hardop uit te spreken wat ik van binnen eigenlijk al vanaf het begin voelde: het is aan!