Naar het zwembad

Het was zondagochtend, en mijn lief stelde voor om te gaan zwemmen. Nou gaat hij wel vaker op zondagochtend met de kinderen naar het zwembad, maar dit was de eerste keer dat ik meeging. Weer Een Stap! Vol goede moed togen we naar het zwembad, dat slechts een paar straten verderop ligt. Mijn goede moed was deels ingegeven door Mini en Maxi, die zichtbaar uitgelaten waren dat ze gingen zwemmen en bovendien naar mij toe al hadden laten merken dat ze het leuk vonden dat ik meeging. Mini maakte tijdens het ontbijt bijvoorbeeld al een heel kleedkamerplan, dat ik met haar in de gemeenschappelijke meisjeskleedkamer kon omkleden, en papa met Maxi in de jongenskleedkamer. En heel verschil met de ik-wil-naast-papa-zitten-mentaliteit die niet lang geleden nog prominent aanwezig was!

Het omkleden ging dan ook heel soepel. Ik kon ook echt merken dat Mini al veel meer gewend is om kleine instructies van me aan te nemen, en dat ze dus goed luisterde toen we samen in de kleedkamer waren. Toch best prettig als je omringd bent door ‘echte’ moeders met hun kinderen. De grote schok kwam pas toen we uit de kleedkamer kwamen. Het zwembad op zondagochtend: nog zo’n wereld waar ik het bestaan niet vanaf wist. Ik keek mijn ogen uit: de douches waar vaders en moeders hun kroost probeerden voor- c.q. na te spoelen zonder dat de ene er vandoor ging of de ander shampoo in zijn ogen kreeg. Een peuterbadje waar ouders lekker onderuit hingen met hun dreumes en wat er meer uitzag als een theekransje dan een kinderactiviteit. En dan natuurlijk het zwembad zelf, afgeladen vol met ouders en hun kroost, druk aan het spartelen, oefenen, met matten aan het spelen en natuurlijk samen van de glijbaan af roetsjend. En daartussen konden wij op zoek naar een plekje water waar we met z’n vieren pasten.

Mijn lief zag aan mijn blik dat ik enigszins overrompeld was door al dit ouder-kind-quality-time-geweld, en moest er wel om lachen: “Best heftig hè, dit?!” En dat kon ik alleen maar beamen. Ineens was ik me er weer erg van bewust dat ik als niet-ouder zomaar ineens terecht ben gekomen in de wondere wereld van het ouderschap… Maar goed, onder het motto if you can’t beat them, join them heb ik maar diep ademgehaald, en ben ik – letterlijk én figuurlijk deze keer – in het diepe gesprongen.

De grote winst van dit uitje zat ‘m in de houding van de kinderen naar mij toe. Wat een verschil met de zwempartijen van vorig jaar op vakantie! Oké, toegegeven, die ene keer dat mijn vriend en ik héél even knuffelden in het zwembad kwam Mini er wel meteen weer tussen, maar dat was dan ook de enige overeenkomst. Verder was het duidelijk dat ik niet langer alleen een aanhangsel was van papa, maar ook gezelschap op zich. Ze wilden ook met mij van de glijbaan. En dat ik de mat waarop ze zaten ronddraaide. Ze kwamen nu ook aan mijn nek hangen om uit te rusten in het water. Etcetera etcetera. En ik kon er nog van genieten ook! Vooral toen ik met Mini van de grote glijbaan ging en zij duidelijk wachtte tot ik achter haar ging zitten en haar half op schoot nam, voelde ik even een vreugdemomentje: ze accepteert mij! En voelde ik onderweg naar beneden de bekommeren-versus-houden-van-wijzer weer een tikje opschuiven richting houden van.

Advertenties

Het Grote Gemis

De rol van stiefmoeder kent een aantal aspecten waar je misschien niet meteen aan denkt en die ook niet veel belicht worden in wat ik tot nu toe gelezen heb over het stiefmoederschap. Het omgaan met de ex is zo’n aspect. Het Grote Gemis ook. Ik heb het dan natuurlijk over het grote gemis dat mijn vriend ervaart als de kinderen bij hun moeder zijn en hij ze een week lang niet ziet. De mening van anderen over dit onderwerp is sterk verdeeld: sommigen zien het als een luxe, dat hij en wij om de week een hele week voor onszelf hebben, om in alle vrijheid te doen (en te laten) wat we willen. Anderen spreken regelmatig uit dat ze zich niet kunnen voorstellen hoe het is om hun kind(eren) om de week een hele week te moeten missen, en dat ze niet weten of ze het wel zouden kunnen.

Voor mij is het vooral lastig om mijn lief op de juiste wijze en frequentie te steunen als het gaat om het missen van zijn kinderen. Aangezien ik zelf geen kinderen heb, kan ik me namelijk met de beste wil van de wereld niet voorstellen hoe het écht is. Natuurlijk probeer ik me zo goed mogelijk in te leven in zijn situatie en kan ik me indenken dat het ontzettend moeilijk is om steeds weer voor een week afscheid te moeten nemen van je kinderen. Maar hoe hard ik het ook probeer, me 100% verplaatsen in zijn situatie gaat niet, gewoonweg omdat ik zelf nou eenmaal geen moeder ben.

Wat ik bovendien een ingewikkeld vraagstuk vind, is in hoeverre ik hem hier naar moet vragen. Zo waren we onlangs voor het eerst 2,5 week met zijn tweeën op vakantie, en zag hij dus bijna drie weken zijn kinderen niet. Een hele lange periode, zelfs voor een co-ouder. Nou is mijn lief net als de meeste mannen geen groot fan te koop lopen met zijn emoties, en dus is het voor mij een beetje vissen hoe dit hem afging. En of hij juist wel of juist niet behoefte had om tijdens de vakantie over zijn kinderen te praten.  Dus af en toe gooide ik wel een balletje op, maar dat viel vaak weer net zo snel naar beneden…

Nadat ik hier in de loop van de vakantie regelmatig mee geworsteld had was mijn oplossing uiteindelijk redelijk eenvoudig: toetsen. Toen we terugkwamen van vakantie gingen we nog dezelfde avond even bij zijn ex langs om de kinderen te zien. Ik merkte dat hij dit toch best moeilijk vond, maar kon er niet de vinger op leggen waarom. In de auto terug vroeg ik hoe hij het vond, en ook daar was hij kort en bondig over. Hij wuifde het toch weer een beetje weg. En dus heb ik bij hem getoetst wat hij van mij verwacht in dit soort situaties. Daarbij heb ik hem uitgelegd dat ik het best moeilijk vind om hierin de juiste houding te bepalen. Ik wil hem immers de kans en ruimte geven om er over te praten, maar wil het niet erger maken door wonden verder open te rijten. Ik wil er voor hem zijn, maar hem niet pushen om er over te praten. Maar tegelijkertijd ben ik bang dat hij soms een beetje aan zijn eigen gevoelens voorbij gaat en dat lijkt me ook niet goed. Kortom: hoe ga ik hier mee om?

Door dit zo aan hem voor te leggen kregen we een kort maar goed gesprek over wat hij van mij verwacht en ik van hem, en is mijn rol op dit vlak weer wat duidelijker. (Kort samengevat: fijn als je er af en toe naar vraagt, ik zit er alleen inderdaad niet altijd op te wachten om er over te praten, en misschien moet je daar soms doorheen pushen.) Een mooi voorbeeld van hoe dingen bespreekbaar maken al meteen meer rust en ruimte kan geven! En hopelijk kan ik door deze afspraken in de praktijk te brengen Het Grote Gemis af en toe een heel klein beetje kleiner maken. Dat zou ik fijn vinden.

Het familieweekend

Dit weekend stond er weer iets spannends op de agenda: het familieweekend van mijn moeders familie. Eén keer per jaar brengen wij een weekend samen door met alle ooms, tantes, neven en nichten én hun kinderen. Een grote, gezellige familie, en doorgaans een drukke bende, zo’n weekend.

Vorig jaar had mijn lief de kinderen niet tijdens het familieweekend, en eigenlijk kwam dat wel goed uit. Kon hij eerst even zelf aan mijn grote familie wennen zonder dat hij zich meteen ook om de kinderen hoefde te bekommeren. 🙂 Dit jaar had hij de kinderen wél, en ook dat kwam goed uit. Ik was er namelijk wel aan toe om ook in dat opzicht de volgende stap te zetten, en aan mijn familie te laten zien welke twee kinderen er nu langzamerhand een beetje bij mij begonnen te horen.

Helaas stond de ex in eerste instantie niet te juichen over onze plannen. Maxi had dit weekend namelijk een voetbalwedstrijd, en zij vond het geen goed idee dat hij deze zou missen voor een familieweekend van een familie “die niet eens zijn familie was”. Oei. Daar gaan we, dacht ik. Dit zijn de vage, grijze gebieden, waar je met z’n allen heel zorgvuldig je weg in moet zien te vinden. Immers, voor mij beginnen ze al wel langzaam bij mij te horen, en ik bij hen. En mijn familie hoort bij mij, en zal dus ook stukje bij beetje deel gaan uitmaken van hun leven. Weliswaar in een lage frequentie, maar toch. Natuurlijk wordt het nooit ‘echt’ hun familie, dat begrijp ik ook wel. En ik snap ook wel dat hun moeder moeite heeft met het idee dat een voor haar vreemde familie in het leven komt van haar kinderen. Maar om dat zo uitgesproken te horen vond ik toch wel een beetje lastig.

Gelukkig zijn mijn lief en zijn ex er uiteindelijk goed uit gekomen en konden Mini en Maxi er toch het hele weekend bij zijn. En gelukkig werden ze heel hartelijk ontvangen door al die ooms en tantes en neven en nichten én hun kinderen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat zij er nu ook bij hoorden – en misschien was dat het voor hen ook wel. De kinderen zelf hebben zich ook prima vermaakt. Lekker ravotten in het bos met andere kinderen, laat naar bed en op avontuur door een groot huis met allemaal kamers: what’s not to like? Dat daar dan allemaal mensen omheen liepen die ze niet kenden en die schijnbaar familie van me waren, namen ze ter kennisgeving aan.

Wat ik zelf een mooi neveneffect vond aan dit weekend is dat het mijn relatie met de kinderen op een bepaalde manier opnieuw definieerde. Veel van mijn neven en nichten hadden kinderen rondlopen, en nu ik ook ineens. Een soort van dan. In de ogen van mijn familie waren Mini en Maxi in elk geval de verantwoordelijkheid van mij en mijn lief, en dus wendden ze zich ook tot mij als er iets met ze was. En Mini en Maxi deden dat zelf ook! Waar ik vorige week nog ongeveer de laatste keus was, na papa, oma, opa, tante en oom, was ik in deze omgeving ineens de persoon bij wie ze zich vertrouwd voelden. Naar wie ze toekwamen als er iets was, of als ze iets nodig hadden. En ik moet zeggen, dat voelde best fijn.

Met de hele bups naar de Ardennen

We gingen met mijn schoonfamilie een weekendje weg naar de Ardennen. Mijn lief, zijn ouders, zijn zus en zwager, ik en de kinderen, met z’n allen in één huisje. En dat vond ik best een beetje spannend. Niet alleen omdat het Mijn Eerste Weekend Weg Met De Schoonfamilie was (altijd een flinke vuurdoop), maar ook omdat dit de eerste keer was dat wij als nieuw systeem (van stiefcoach Suzan leerden wij dat wij met z’n vieren niet een gezin zijn, maar een systeem) in een grotere samenstelling zouden fungeren. En ik was heel benieuwd hoe dit zou uitpakken!

Lang verhaal kort: dat pakte prima uit.  Gelukkig is mijn schoonfamilie heel lief, hartelijk én gemakkelijk, dus het is sowieso geen straf om een weekendje met ze op pad te gaan. Lekker druk, dat wel. En ook een beetje gek af en toe. Dat begon al direct bij aankomst. Na een lange maar redelijk vlekkeloze reis (zeker vergeleken met hetzelfde stuk dat we een jaar eerder ook reden op weg naar Frankrijk was dit een ware verademing, dankzij de ontdekking van Nick & Simon, hoera!) kwamen we aan in het huisje, en moesten de kamers verdeeld worden. Automatisch ging ik me ook bemoeien met de kamer van Mini en Maxi, toen ik ineens dacht: is dat wel aan mij? Hebben de ouders van mijn lief daar eigenlijk niet de regie over, aangezien zij dit huisje gereserveerd hebben? (Ik ben er redelijk van overtuigd dat ik die afweging niet zou maken als het mijn eigen kinderen waren, omdat ik me dan zou beroepen op een zekere moederauthoriteit).

De rest van het weekend ervoer ik meerdere varianten op ditzelfde thema. De kinderen gaan namelijk om de week een middag naar opa en oma, en dus hebben zij ook een ‘actieve band’ met ze. In deze setting werd ik me ineens heel bewust van mezelf op het moment dat ik met de kinderen bezig was, met name als dat opvoedend van aard was. Aan tafel bijvoorbeeld, of tijdens het spelletjes doen. Regelmatig betrapte ik me dan op de gedachte wat mijn schoonmoeder/schoonvader/schoonzus/ zwager er van zou vinden dat ik dit of dat tegen de kinderen zei. Was dat eigenlijk wel aan mij, of was het logischer/vanzelfsprekender/beter als hun opa of oma als tweede opvoeder diende naast hun eigen vader? Wat daar denk ik ook bij meespeelde is dat mijn schoonfamilie natuurlijk jarenlang getuige is geweest van De Ex in haar moederrol. Sterker nog, mijn schoonzus is nog steeds goed bevriend met haar, en ziet haar dus nog steeds regelmatig, al dan niet met de kinderen erbij. Zou het voor hen niet heel gek zijn om mij dan ineens te zien ‘moederen’ over Mini en Maxi (zelfs als ik dat tot een minimum beperkte), waar zij jarenlang de echte moeder dat hebben zien (en nog steeds zien) doen?

Dit soort overpeinzingen maakten dat ik mijn acties en uitspraken allemaal zeer zorgvuldig afwoog, en me dus heel bewust was van alles wat ik deed. Niet dat ik daar veel last van had hoor – ik heb verder een heel gezellig en relaxed weekend gehad – maar een beetje gek voelde het wel. Ik weet dat dit voornamelijk in mijzelf zit, want het hele weekend heb ik niet één afkeurende blik of opmerking gekregen van mijn schoonfamilie. Het zou dus zomaar kunnen dat ik weer eens te veel over de dingen nadenk. 🙂 (Maar hee, als ik dat niet deed had ik geen stof voor dit blog, nietwaar?)

Er was nog één dingetje dat me opviel dit weekend. En dat was dat de kinderen (en dan met name Mini) veel meer naar hun oom en tante toetrokken dan naar ons. Op zich niet gek (en juist leuk aan zo’n weekend, dat ze ook even bij andere volwassenen terecht kunnen, en die zijn dan natuurlijk ook een stuk interessanter), maar ik merkte wel dat Mini voor bepaalde dingen naar haar familie toetrok die ze met mij nog niet doet. Even lekker tegen haar tante aanleunen op de bank bijvoorbeeld. Of bij haar oom op schoot. Of bij opa of oma. Eigenlijk bij iedereen dus, behalve bij mij. Rationeel gezien snap ik dat best, maar gevoelsmatig steekt dat toch een beetje: blijkbaar voelt ze dus nog niet zo’n band met mij dat ze daarmee op haar gemak is. En juist in zo’n wat groter gezelschap is dat best confronterend.

De rollen omgedraaid

Afgelopen weekend kwam mijn nichtje van 2,5 een weekendje logeren. Het was veruit het handigst om dit in het huis van mijn lief te laten plaatsvinden, aangezien zijn huis A) meer ruimte heeft en B) een stuk kinderbestendiger is dan het mijne, qua speelgoed, tuin, kinderservies etc. Bovendien had hij de kinderen dit weekend, dus konden die drie mooi met elkaar spelen.

De kinderen kennen elkaar al van verjaardagen en feestdagen, en vooral Maxi loopt helemaal met mijn nichtje weg. Voor hen was het dus alleen maar feest dat zij een weekendje kwam logeren. Voor ons ook, maar dan wel een intensief feestje! Waar we soms al aan het puzzelen zijn hoe we Mini en Maxi voldoende aandacht kunnen geven terwijl we ook het huishouden draaiende houden én nog een beetje aan onszelf proberen toe te komen, werd er nu nog eens een peuter in de mix gegooid. Pittig! Voor mijn lief was het even wennen dat er ineens weer zo’n kleintje in huis was, met bijbehorende peuterkuren – zijn kinderen zijn die fase toch al even ontgroeid en hij was weer helemaal vergeten hoe dat ook alweer was… Voor mij was het wennen dat er nu ineens een kleintje in huis was waar ík primair voor verantwoordelijk was, en niet hij. De rollen omgedraaid dus!

Nou was het weekend behalve druk en vermoeiend (die drie staken elkaar natuurlijk voortdurend aan met allerlei prikkels, dus het geheel was zeker groter dan de som der delen af en toe…) vooral erg gezellig. Maar dat niet alleen, het was ook nuttig voor ons. We kregen even een inkijkje in het leven van de ander. Nu ik zelf een paar dagen verantwoordelijk was voor mijn nichtje kon ik mij al veel beter inleven hoe pittig het dagelijks leven met twee kinderen moet zijn voor mijn vriend. En nu hij ineens een meisje over de vloer had waar hij niet de ‘regie’ over had, maar waar hem wel allerlei dingen over opvielen, kon hij zich ineens een stuk beter voorstellen hoe het stiefmoederschap voor mij moet zijn. Erg bevorderend voor het wederzijds begrip dus, zo’n weekendje met een logé!

Een ander mooi neveneffect was een gevoel dat ik bij mezelf opmerkte. Toen het einde van het weekend naderde en het tijd was om mijn nichtje weer naar huis te brengen, merkte ik dat ik er ook wel naar uitkeek om zondagavond weer met zijn vieren te zijn. Want dat ken ik. Die gedachte verraste mij nogal, op positieve wijze dan: blijkbaar hebben wij met z’n vieren toch al zodanig onze draai gevonden, dat dat al vertrouwd begint te voelen! Het is gek dat je een nieuw element aan de mix moet toevoegen en vervolgens weer moet weghalen om tot die conclusie te komen, maar het was wel zo. En zo eindigde een geslaagd weekend met zijn vijven met een positieve conclusie over ons vieren!

Gewoon, toch?

Laatst ging ik een dagje winkelen met een goede vriendin. Na afloop doken we een eetcafé in om eens lekker bij te kletsen, en op een gegeven moment kwam het gespreksonderwerp op het stiefouderschap. Ik vertelde dat het steeds beter ging en dat ik daar blij mee was, maar dat het stiefouderschap op zich toch echt behoorlijk pittig is. En vervolgens probeerde ik dat aan mijn vriendin uit te leggen – maar dat viel nog helemaal niet mee. Vooral toen ik vertelde dat het soms lastig is om als stiefouder je positie in te nemen in het systeem en jezelf weg te cijferen ten koste van de stiefkinderen, stuitte ik op redelijk wat onbegrip: “Maar dan kun je toch gewoon zus of zo doen…” of “Je weet toch wel dat ze het niet expres doet…” waren reacties die ik kreeg op voorbeelden als het zich er tussen wurmende kind, of het vijf keer uit bed komende kind.

‘Gewoon’ en ‘wel’: dáár zit hem dus de bloedband tussen ouder en kind in. Mijn vriendin, zelf moeder van drie kinderen, weet hoe het is om jezelf achteraan te zetten, en dat de kinderen altijd voorop staan. Maar voor haar is dat ook echt de normaalste zaak van de wereld. Ik weet dat de kinderen voorop staan, maar dat voelt dan nog niet altijd fijn. En dat laatste is voor iemand die ‘echt’ ouder is blijkbaar moeilijk te begrijpen, omdat voor haar de onvoorwaardelijke liefde voor haar kind de sleutel is tot het zichzelf wegcijferen.

Het feit dat één van mijn oudste en liefste vriendinnen – die mij door en door kent en bovendien over een groot empathisch vermogen beschikt – mijn ervaringen niet echt begreep, maakte dat ik me even behoorlijk eenzaam voelde in het stiefouderschap. Gelukkig heb ik inmiddels voldoende andere stiefouderverhalen gehoord en gelezen om te weten dat ik echt niet alleen sta in dit soort emoties, maar op zo’n moment ga je toch weer aan jezelf twijfelen: ben ik nou zo egoïstisch, dat ik het niet altijd kan opbrengen om het kind alles te gunnen? Moet ik mezelf meer dwingen om niet alleen in mijn acties, maar ook in mijn gevoelens de kinderen voorop te zetten? En hoe zorg ik er dan voor dat mijn gevoelens ook ‘aan boord komen’? En als mijn oudste vriendin het al niet snapt, hoe kan ik dan van anderen in mijn omgeving verwachten dat zij écht begrijpen hoe het is om stiefouder te zijn? Weer een hoop ‘food for thought’, en dat naar aanleiding van een oorspronkelijk luchtig gesprek in een café…

Gelukkig zijn wij er onderling goed uit gekomen, door simpelweg te concluderen dat zij net zo min zal kunnen snappen hoe het is om stiefmoeder te zijn als ik zal kunnen snappen hoe het is om moeder te zijn. En dat we alleen maar zo veel mogelijk begrip voor elkaars situaties kunnen proberen op te brengen. Daarbij bracht dit gesprek mij weer duidelijk voor ogen waarom ik dit blog begonnen ben: ik heb nou eenmaal weinig (lees: één) andere stiefouders in mijn omgeving om mijn ervaringen en gevoelens mee te delen. En daarom deel ik ze met jullie. Ik zou het dan ook fijn vinden om te horen of jullie dit herkennen. Laat onder deze post dus graag een reactie achter!