Welkom

Welkom op mijn blog! Hieronder vind je de meest recente blogposts. Voor meer blogposts ga je naar het archief. Ook kun je onderaan deze pagina zoeken in alle blogposts of tags selecteren. Ik plaats regelmatig nieuwe posts, dus houd mijn blog in de gaten of abonneer je via je de volg-knop. Veel leesplezier en laat graag een reactie achter!

Advertenties

Tweedegraads Stieffamilie

Mini en Maxi zijn niet alleen in míjn leven gekomen, maar ook in dat van mijn familie. Over package deal gesproken: waar ik eerst alleen op verjaardagen en feestjes kwam, komen we nu ineens met z’n vieren – tenzij mijn lief de kinderen die week niet heeft, dan zijn we wel met z’n tweeën. Alleen dat al is soms best gek: verjaardagen vieren we de ene keer met alleen de twee kinderen van mijn zus erbij, en de andere keer ineens met vier kinderen. Gelukkig kunnen Mini en Maxi het goed vinden met mijn nichtjes, en zijn ze altijd blij om te horen dat ze op bezoek komen of dat wij bij hen op bezoek gaan. Bij die generatie dus zeker geen aanpassingsproblemen.

Met mijn ouders en zus vond ik het wat lastiger. Ik zeg bewust ‘vond ik lastiger’ en niet ‘was het lastiger’, want mijn familie heeft er eigenlijk geen moment moeilijk over gedaan dat ik ineens twee kinderen meenam naar gelegenheden. Sterker nog, ik denk dat je wel kunt stellen dat ze ze met open armen hebben ontvangen in de familie. Natuurlijk was er eerst wel wat onwennigheid, maar zeker geen onwil. Mijn moeder riep enthousiast dat ze haar ook best oma mogen noemen als ze willen en gaf ze al vanaf het tweede bezoekje allebei een knuffel. (Grappig, dat knuffelen oma’s altijd zo goed afgaat! Zij is er met Mini en Maxi in elk geval een stuk beter in dan ik.) Waarom vond ik het dan lastig? Ik denk omdat ik me erg verantwoordelijk voelde voor de kinderen en met name voor hun gedrag in het bijzijn van mijn familie. Ik had ze immers meegenomen, ook al horen ze bij mijn lief. (Nou weet ik dat hij zich nóg veel verantwoordelijker voelt voor hun gedrag, maar dat terzijde.) Dus als ze zich dan niet netjes gedroegen, voelde ik me daar ongemakkelijk bij.

Dieptepuntje hierin was de eerste kerst dat de kinderen meekwamen naar mijn ouders, een jaar geleden. In een onbewaakt ogenblik (en natuurlijk nét toen mijn ouders even niet thuis waren) liet Mini een potje nagellak omvallen op de eikenhouten vloer. Drama alom, want ik had geen nagellakremover bij me, en andere schoonmaakmiddelen wilden niet helpen. En terwijl mijn lief en ik naarstig probeerden dit op te lossen, ging Mini met een breinaald de kitrand van de balkondeuren te lijf. De kleine vandaal! Toen werd het me even te veel, en voor zover ik me kan herinneren is dit de eerste (en tot nu toe enige) keer geweest dat ik de het-zijn-jouw-kinderen,-doe-er-wat-aan!-kaart heb gespeeld naar mijn lief. En al die tijd zat ik flink in de rats wat mijn ouders wel niet zouden zeggen, en of ze de kinderen nog wel lief zouden vinden nadat ze hun huis zo hadden toegetakeld.

Gelukkig bleken de zorgen om niets. Met van de buren geleende remover was de nagellak zo verdwenen, en de kitrand bleek ook makkelijk te herstellen. En het voornaamste: mijn ouders reageerden heel relaxed. “Dat gebeurt nou eenmaal met kinderen, niks aan te doen en niks onoverkomelijks”. Toch heeft dit incident niet geholpen voor mijn gemoedsrust in dit soort situaties. Ik ben nog steeds erg op mijn hoede als de kinderen ergens mee naartoe gaan ‘aan mijn kant’, en doe een klein schietgebedje dat ze zich goed gedragen. Maar ik weet dat die onrust meer in mijn beleving ligt dan in de realiteit. Mijn ouders en zus en zwager hebben de kinderen namelijk volledig geaccepteerd. Zodanig zelfs, dat ik mijn moeder laatst tegen iemand hoorde zeggen dat “alle vier de kleinkinderen erbij zijn deze kerst”. En dat mijn zus eens aan mijn lief vroeg: “Wat willen jullie kinderen drinken?” Enerzijds geeft dat me nog een beetje een gek gevoel. Maar dat komt meer voort uit een voorzichtigheid dat ik bij niemand de indruk wil wekken dat ik de plek van hun moeder in wil nemen. Anderzijds vind ik dit soort onbewuste uitspraken het beste bewijs van hoe mijn familie er over denkt, en geeft het me een warm and fuzzy feeling dat zij al in ruim een jaar tijd de kinderen zo hebben geaccepteerd dat ze echt vinden dat ze niet alleen bij mijn lief, maar ook bij mij horen.

Samenwonen gezien door kinderogen – deel 2

Noot vooraf: door allerhande drukte loop ik inmiddels behoorlijk achter met dit blog. En achterlopen met een blog is net zoiets als achterlopen met de was: een achterstand is in no-time opgebouwd, maar het kost verrekte veel tijd om die achterstand weer in te lopen… Ik ben er mee bezig, maar voor jullie is het wel goed om te weten dat de tijd die op dit blog tussen de stukje zit (op dit moment) niet de tijd is die ‘in real life’ tussen de gebeurtenissen zit. In dit geval zat er tussen de gebeurtenissen in deel 1 en dat wat ik hieronder omschrijf ongeveer een maand.

Nu de plannen voor samenwonen steeds concreter worden, proberen we het onderwerp ook steeds een beetje meer in de dagelijkse conversaties te verweven. Mijn lief zegt regelmatig iets in de trant van “Straks, als Annemiek bij ons woont…” en dat geeft weinig tot geen reactie bij de kinderen. Of in elk geval zeker geen verbaasde of ongemakkelijke reactie. Ook beginnen de kinderen er nu zelf wel eens over. Dan zegt Mini ineens zomaar uit het niets: “Annemiek, ik vind het heel gezellig dat je straks bij ons komt wonen!” Ik weet me dan nooit zo goed een houding te geven, dus zeg meestal maar iets in de trant van “Wat fijn! Ik ook!”. Wat ik lastig vind aan dit soort gesprekjes is dat de kinderen (en dan met name Mini) erg goed zijn in het geven van sociaal wenselijke antwoorden. Zij voelen aan wat wij graag willen horen, en geven dat antwoord dus. Heel nobel, maar best lastig als je wilt weten wat ze écht vinden of voelen.

Daarom hecht ik meer waarde aan onbewust gedrag. Zoals de spontane reactie die ze wel eens geven als ze er achter komen dat ik al dan niet langskom/blijf slapen/thuis ben als ze uit school komen. Of een uitspraak die ze zomaar ontvalt, zonder dat ze het door hebben. Zo ging ik onlangs de kinderen weer een keer naar bed brengen. Zij hebben de traditie dat ze gezamenlijk een verhaaltje lezen, maar dan beurtelings op Mini’s en op Maxi’s kamer. Nu vroeg ik hen welke kamer aan de beurt was. Daarop antwoordde Maxi: “De afgelopen dagen hebben we op jullie bed verhaaltje gelezen!” Jullie bed. Jullie. Niet papa’s bed, jullie bed. Ha! Ik merk op zo’n moment dat Maxi zich er totaal niet bewust van is dat hij dat zegt, en dat vind ik juist zo fijn: blijkbaar voelt het voor hem gewoon echt al aan als ons bed. En dat stemt mij optimistisch over de overgang naar het samenwonen.

Toch zijn we wel gewaarschuwd door de Stiefcoach, dat we ook niet ál te rooskleurig moeten kijken naar dit aspect. Zij vertelde ons dat dit zeker goede voortekenen zijn, maar dat we niet moeten staan te kijken als de kinderen zich straks toch ineens gaan manifesteren. We blijven dus regelmatig het gesprek met ze aangaan, waarbij we ook duidelijk maken dat als ik eenmaal bij hen in huis woon, ik ook niet meer wegga. Maar dat ik niet alsnog de rol van hun moeder in ga nemen, en dat we ook op zullen letten dat ze regelmatig tijd alleen met hun vader kunnen blijven doorbrengen. Op deze manier hopen we iedereen zo goed mogelijk voorbereid te hebben op de aanstaande nieuwe situatie. En dan… wordt het uiteindelijk toch een kwestie van gewoon maar De Grote Sprong wagen en kijken wat er gebeurt!

Samenwonen gezien door kinderogen

De meest gemaakte fouten onder ‘stiefkoppels’ volgens zo ongeveer alle bronnen: te hard van stapel lopen. Dat was dus één fout die we sowieso niet wilden maken. Ik houd er niet van om een cliché te zijn. 🙂 En dus hebben we het vanaf het begin af aan heel rustig aan gedaan, als het ging om de kinderen althans… Dit deden we om te beginnen door lang te wachten met de eerste ontmoeting, zoals ik beschreef in De eerste kennismaking. Vervolgens door het langzaam en stapje voor stapje uit te bouwen, en niet van de één op de andere dag altijd bij hun in huis rond te lopen. En tot slot door vooral niet te snel te gaan samenwonen.

Inmiddels zijn we ruim anderhalf jaar verder sinds ik de kinderen voor het eerst heb ontmoet, en durf ik voorzichtig te zeggen: het Plan Van Aanpak lijkt te hebben gewerkt. Heel geleidelijk zijn de kinderen gewend aan mijn aanwezigheid in hun huis en hun leven. De overgang van er af en toe eens zijn tot er regelmatig zijn is heel ‘organisch’ gegaan, en dat zien we terug in hun gedrag en reacties. Het belangrijkste teken daarvan krijgen we de laatste weken: als mijn lief de kinderen van school haalt, vragen zij regelmatig of ik er ook ben. Het gebeurt ook geregeld dat hij bij thuiskomst de vraag krijgt: “Hé, is Annemiek er niet?” Dat alleen al vind ik een goed teken, maar volgens mijn vriend reageren ze óók nog eens teleurgesteld als blijkt dat ik er niet ben. Hoera, triomf!

Een paar maanden geleden deed Maxi hier nog een schepje bovenop. We zaten aan tafel te praten over mijn werk, en dat ik daarvoor een stukje met de auto moest rijden. Daar dacht hij even over na, en toen kwam hij met het volgende: “Maar kun je dan niet beter hier wonen? Want nu moet je met de auto van je werk naar je huis, en dan van je huis naar hier, en dan van hier naar je werk. Dat is toch helemaal niet handig? Dan ben je alleen maar heen en weer aan het rijden!” Tadaaa: het nut van samenwonen, gezien door kinderogen! Natuurlijk keken mijn lief en ik elkaar op dat moment blij verrast aan: als hij zélf met dit idee komt, moet dat bijna wel betekenen dat hij er geen problemen mee zou hebben als ik bij ze intrek. Een goed teken! Natuurlijk hebben we de gelegenheid wel even aangegrepen om te zeggen dat we dat wel een goed idee vonden en dat we daar zeker even over gingen nadenken. En zo werkten we langzaam toe naar het samenwonen.

Inmiddels zijn we zo ver dat de samenwoonplannen heel concreet zijn. Omdat we dit niet alsnog ineens aan de kinderen willen opdringen (een andere veelgemaakte fout zo horen wij), beginnen we er nu regelmatig zelf over. Dat wordt goed ontvangen, ter kennisgeving aangenomen zelfs. We maken het zo concreet mogelijk, door ook in te gaan op wat dit betekent. Dat er dan ook spullen van mij in hun huis komen te staan, bijvoorbeeld. En dat we dan sommigen dingen die er nu staan zullen moeten wegdoen, omdat het anders allemaal niet past. Ook daarop reageerde Maxi heel praktisch (en scherp): dan kunnen we toch gewoon één tv beneden zetten en één tv op zijn kamer?

En daarmee durven wij voorzichtig te concluderen: voornemen geaccepteerd!

Een ziek kind

Laatst werd Mini op een zaterdagmiddag onverwachts ziek. Natuurlijk net op het moment dat ik had bedacht om gezellig naar de markt te gaan met de meisjes, terwijl de jongens naar de Praxis gingen. Gevalletje verwachtingsmanagement: ik had alweer helemaal bedacht hoe het zou zijn om met z’n tweetjes naar de markt te gaan. Lekker noten en kaas kopen, samen mooie bloemen uitzoeken voor bij papa thuis, en iets lekkers eten van een marktkraampje. Gezelligheid alom. In de praktijk was helaas niets minder waar. Al voordat we de auto uitstapten (mijn lief zette ons af op weg naar de Praxis) zei ze ineens dat ze toch niet mee wilde naar de markt (terwijl ze twee uurtjes eerder nog heel enthousiast was), en nog voor we goed en wel op weg waren vroeg ze al of we bijna klaar waren. Van de stroopwafel die ik voor haar kocht nam ze maar twee hapjes. Ze was hangerig en lamlendig en klaagde dat ze het koud had, en ik? Ik was vooral teleurgesteld dat het niet gezellig was.

Op een gegeven moment moest Mini naar de wc, dus doken we even een cafeetje in. Toenze uit de wc kwam en haar handen had gewassen weigerde ze deze te drogen in de Dyson handendroger, omdat ze die eng vond. Toen ik aandrong dat ze dat tóch even moest doen omdat ze het anders straks weer koud zou krijgen, begon ze te huilen. Tsja, op zo’n moment voel ik me dus écht even een stiefmoeder. Heb ik dit nou niet goed aangevoeld? En wat moet ik nu doen? Streng zijn en zeggen dat ze zich niet moet aanstellen? Of lief zijn en haar een knuffel geven? Omdat ik wel aanvoelde dat haar tranen geen aanstelleritis waren (ook al kon ik me écht niet voorstellen dat je bang kunt zijn voor een handendroger – dat zal wel het missende moedergen zijn dan) koos ik voor het tweede, en gaf haar een knuffel en een paar troostende woorden. Maar op de één of andere manier moest ik daar wel iets voor verbijten. Wat en waarom? Geen idee.

Na de markt liepen we naar een sushirestaurant, waar we hadden afgesproken met mijn lief en Maxi. Normaal gesproken vinden de kinderen sushi heerlijk en leuk (want lekker klooien met stokjes), maar nu was Mini nergens voor te porren. Ze hing een beetje in haar stoel en was inmiddels overduidelijk ziek aan het worden. Gelukkig had het restaurant een lekkere bank in een hoek staan, waar mijn lief haar heeft neergelegd en ingestopt met een paar jassen. Vervolgens heeft ze ruim een uur liggen tukken, terwijl wij aten. Toevallig werd ze precies wakker toen wij net om de rekening hadden gevraagd, dus dat kwam mooi uit. Maar als je je ellendig voelt duurt elke minuut dat je moet wachten natuurlijk te lang, dus als snel zat ze te huilen en te jammeren.

En nou komt het erge: daar kan ik dus niet goed tegen. Ik voel me er vreselijk schuldig over en maak me op zo’n moment ernstig zorgen dat ik niet over empathisch vermogen beschik, maar in dat moment kan ik alleen maar denken: Hou. Asjeblieft. Op. Dat is toch vreselijk onsympathiek? Bad stepmom behaviour! Maar ik kan er niks aan doen, een jengelend kind zit nog steeds in mijn allergiezone. Ook al weet ik dat ze er niks aan kan doen en kan ik me eigenlijk ook nog steeds wel goed verplaatsen in hoe ze zich op dat moment voelt: toch neem ik het haar diep van binnen kwalijk dat ze een gezellige avond verpest.

Ik hoop vurig dat dit komt doordat het niet mijn eigen kind is, want de alternatieve verklaring is dat ik een harteloos monster ben. (En trouwens, al zou het komen doordat het niet mijn eigen kind is, dan nog vind ik mezelf vrij harteloos in dit geval…) Natuurlijk gingen we zo snel mogelijk naar huis, maar helaas toch te laat: om het even helemaal af te maken, ging de kleine meid op weg naar buiten ook nog even overgeven in de hal van het restaurant. Mijn vriend was er als de kippen bij en nam haar meteen mee naar buiten om het haar daar ‘af te laten maken’, en zelfs Maxi reageerde adequaat door te zeggen dat hij het wel even ging melden bij het restaurant (daar was ik van onder de indruk!). Mij restte de schone taak om andere bezoekers te waarschuwen dat ze moesten opletten waar ze liepen, terwijl ik ondertussen naarstig probeerde om er zelf niet naar te kijken. Als ik ergens namelijk níet tegen kan, is het kots. Poepbroeken? Geen probleem. Bloed? Bring it on. Maar kots, hughhhh. Dus ja, dit voelde wel even als de doodssteek voor het avondje uit. Maar goed, ik heb me proberen te vermannen en weer even mijn mantra erbij gehaald: it’s all part of the package deal! Dat betekent dus ook wel eens een ziek kind op een onhandig moment. Deal with it!

Gelukkig verwacht mijn lief niet te veel van me in dit soort situaties. Hij begrijpt dat ik er moeite mee heb en vroeg op de terugweg zelfs aan me hoe het met mij ging (wat lief!). Ik trok een gezicht en hij wist genoeg: ik probeer me er niet door uit het veld te laten slaan, maar word hier niet blij van. Gelukkig mag dat van hem, en van mezelf inmiddels ook. En dat zieke kind? Dat wordt vanzelf weer beter.

In bed

Een wat heikeler punt in mijn relatie als het gaat om de kinderen is het bed. En dan bedoel ik vooral wiens domein ons bed nou precies is. Dit is één van de weinige gebieden waarbij mijn lief en ik niet echt op één lijn zitten, en waarbij wij het moeilijk vinden om begrip op te brengen voor elkaars standpunten.

Ik heb het dan natuurlijk over kinderen die bij ons in bed kruipen, al dan niet terwijl ik er ook in lig. Op de één of andere manier heb ik daar al vanaf het begin ontzettend moeite mee, en ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom. Het voelt als een inbreuk op mijn privacy, een invasie van het kleine veilige wereldje dat ik heb in zijn huis, waarbij de kinderen in elke ruimte aanwezig zijn, hetzij door hun eigen aanwezigheid, hetzij door die van hun spullen. In zijn slaapkamer is die invloed nog het minst voelbaar. Dat wil ik blijkbaar graag zo houden, want onbewust zie ik de slaapkamer als een soort kindervrije (en daarmee zorgvrije?) enclave in huis. Een plek waar ik even niet hoef te dealen met het stiefmoederschap, maar gewoon alleen mezelf kan zijn.

Helaas werkt dat in de praktijk niet zo, want ook in zijn slaapkamer komen de kinderen te pas en te onpas binnenstormen: als ze al (veel te vroeg) wakker zijn op zaterdagochtend en zich vervelen/aandacht vragen/vragen of wij ook al bijna naar beneden komen, als ze midden in de nacht niet kunnen slapen of eng hebben gedroomd, of als ze doordeweeks nog even wakker moeten worden en dat het liefst doen bij papa in bed.

Natuurlijk snap ik dat een kind daar soms behoefte aan heeft, en ik begrijp net zo goed dat mijn vriend gehoor wil geven aan die behoefte. Bovendien hebben de kinderen nog relatief kort geleden een scheiding achter de rug waarvan het niet altijd makkelijk te polsen is hoe ze die verwerken. Dus als ze dan een appèl op hem doen, wil hij dat niet weigeren. En een kind moet toch gewoon af en toe bij zijn/haar vader in bed kunnen kruipen? Uiteraard, maar soms vermoed ik dat er op dit vlak soms (bewust, maar vooral onbewust) een beetje misbruik wordt gemaakt van de situatie door Mini en Maxi, omdat ze weten dat hij toch geen nee zegt. En ik ben bang dat er een patroon ontstaat wat weer heel moeilijk af te leren is. Vooral toen het er op een gegeven moment op neerkwam dat ze wél bij hem in bed mochten kruipen als ik er niet was, en niet als ik er wel was. Dit omdat mijn lief wist dat ik er moeite mee had en daar graag rekening mee wilde houden, en ze dus alleen toestond erbij te komen als ik er niet was. Maar ja, dat werkte natuurlijk averechts, want nu ging er ook nog eens een verband ontstaan tussen het al dan niet bij hem in bed mogen kruipen en mijn aanwezigheid, waardoor ik in hun ogen misschien wel letterlijk het obstakel werd dat tussen hen en hun vader in stond – ook niet wenselijk.

En als ik heel eerlijk ben, wil ik het eigenlijk gewoon niet hebben, punt. Ons bed, onze privé-ruimte! Maar ja, ik vind ook wel weer dat ik dat niet mag vinden. Ik kan Mini en Maxi toch niet die momentjes met hun vader ontzeggen die ik vroeger als kind ook heb gehad? En hem die momentjes met zijn kinderen? En wat maakt het mij nou uit wat hij doet als ik er niet ben? Vooral op die laatste vraag heb ik echt geen antwoord.

Voor mijn lief is het natuurlijk ook een ontzettend lastige situatie. Hij voelt mijn weerstand, maar heeft natuurlijk ook zijn eigen behoeftes én voelt bovendien het beroep dat op hem gedaan wordt door zijn kind(eren). En hij wil iedereen tevreden houden. Dat is heel moeilijk, want wat hij ook doet, hij stelt altijd iemand teleur. Ik baal er van dat ik bijdraag aan dat gevoel van klem zitten, maar kan daar tegelijkertijd weinig aan veranderen. Ik voel wat ik voel, en heb inmiddels al wel geleerd dat ik dat niet (te lang) moet negeren.

Gelukkig lost het probleem zich langzamerhand vanzelf op, aangezien de behoefte van de kinderen om bij hem in bed te kruipen inmiddels stukje bij beetje aan het afnemen is. En ook door er samen af en toe over te praten zijn de scherpe randjes er bij ons ook wel van af. Hij is wat selectiever geworden in wanneer hij toestaan dat ze er bij kruipen en wanneer hij ze terugstuurt naar hun eigen bed, en ik zet me er wat makkelijker overheen als er dan toch ineens een kind bij ons in bed blijkt te liggen. Ik geloof ook wel dat dit steeds makkelijker zal gaan naarmate de tandwielen verder in elkaar draaien (zie mijn eerdere post over De tandwieltheorie) en de kinderen meer ‘eigen’ zullen gaan voelen voor me. Wie weet komt er wel een moment waarop we een keer een klassieke zondagochtend met zijn viertjes in bed zullen doorbrengen. Misschien ook niet; time will tell.

In de tussentijd lost mijn lief het heel goed op door ook even contact met mij te zoeken als Mini of Maxi erbij kruipt. Dan voel ik zijn hand op mijn schouder/rug/buik/heup die aangeeft: jij bent er ook nog steeds, ook al geef ik nu ook aandacht aan mijn kind. En dat gebaar, hoe klein ook, is genoeg om mij gerust te stellen en weer een beetje minder moeite te hebben met een ‘indringer’ in de enclave. 🙂

 

 

Radiostilte (voor de storm)

En toen was het stil op dit blog… Voor een veel langere periode dan de bedoeling was! De afgelopen maanden is er veel gebeurd, en het bijhouden van dit blog is daar een beetje bij ingeschoten helaas. Jammer, want ik had er veel plezier in om mijn ervaringen met jullie te delen én haalde veel uit de reacties die ik op mijn stukjes krijg.

Maar: ik ben ondertussen wel blijven schrijven! De komende tijd kun je dus weer veel nieuwe stukjes verwachten. Waarin een hoop Grote Ontwikkelingen de revue passeren. (Alvast twee tipjes van de sluier: we zijn gaan samenwonen én hebben een nieuwbouwhuis gekocht dat nu gebouwd wordt!). Vandaar ‘de radiostilte voor de storm’… 🙂

Tot snel dus, met meer vanaf het stiefmoederfront!